Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
9 september 2025.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van een verdachte die is veroordeeld voor medeplegen van de invoer van marihuana en medeplegen van het voorhanden hebben van munitie op Bonaire. In hoger beroep is tegen de verdachte verstek verleend, waarna een verstekvonnis is gewezen. Volgens artikel 10.2 van de Rijkswet is het cassatieberoep voor een verdachte die in hoger beroep bij verstek is veroordeeld, niet open.
Hoewel de raadsman van de verdachte in hoger beroep niet is verschenen, heeft deze wel het woord ter verdediging gevoerd namens de verdachte. Dit leidt echter niet tot een ander oordeel over de ontvankelijkheid van het cassatieberoep. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkheid, waarop de Hoge Raad het beroep niet in behandeling neemt.
De Hoge Raad bevestigt hiermee de strikte toepassing van de regel dat cassatieberoep niet openstaat na verstek in hoger beroep, en sluit daarmee het cassatieberoep af. Dit arrest bouwt voort op eerdere jurisprudentie, waaronder HR:2021:1661.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens verstek in hoger beroep.