Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beslissing
2 september 2025.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch in een strafzaak over medeplegen van voorbereidingshandelingen met betrekking tot de productie van amfetamine en/of MDMA.
De verdachte stelde meerdere cassatiemiddelen voor, waaronder klachten over de bewijsvoering en de redelijke termijn. De Hoge Raad verwierp de klachten over de bewijsvoering zonder nadere motivering, omdat deze niet van belang waren voor de rechtsontwikkeling.
Wel werd geoordeeld dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro was overschreden, doordat de stukken te laat door het hof waren ingezonden en de Hoge Raad meer dan twee jaar na het instellen van het cassatieberoep uitspraak deed.
Dit leidde tot vernietiging van het arrest uitsluitend voor de strafmaat en vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van achttien maanden (waarvan zes voorwaardelijk) tot zeventien maanden en twee weken, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.
Het beroep werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot zeventien maanden en twee weken, waarvan zes maanden voorwaardelijk wegens overschrijding van de redelijke termijn.