Uitspraak
1.Procesverloop
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
24 januari 2025.
Hoge Raad
In deze zaak heeft eiseres B.V. cassatie ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof Den Haag van 26 september 2023, dat een geschil betrof over internationale bevoegdheid en bestuurdersaansprakelijkheid. De verweerders, woonachtig in België, hebben verweer gevoerd tegen het cassatieberoep.
De Hoge Raad heeft de klachten van eiseres beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van dit oordeel te geven, omdat de klachten niet relevant waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
Daarop heeft de Hoge Raad het cassatieberoep verworpen en eiseres veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie, bestaande uit verschotten en salaris advocaat, vermeerderd met wettelijke rente bij niet-tijdige betaling. Het arrest is op 24 januari 2025 gewezen door de raadsheren Wattendorff, Lock, Makkink en ter Heide.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten.