Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Omvang van het cassatieberoep
3.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
4.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
5.Beoordeling van het derde cassatiemiddel
6.Beslissing
9 september 2025.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep van verdachte tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin hij veroordeeld werd voor mishandeling en belaging van zijn ex-partner. De zaak betrof onder meer de oplegging van een gebiedsverbod en een schadevergoedingsmaatregel.
De Hoge Raad oordeelde dat het door het hof opgelegde gebiedsverbod, dat verdachte verbood zich binnen twee kilometer van het woonadres van de benadeelde te bevinden, onvoldoende nauwkeurig was geformuleerd omdat het adres werd aangeduid als "thans bekend als" een bepaald adres. Dit is in strijd met artikel 38v lid 2 Sr. De Hoge Raad vernietigde dit onderdeel en beperkte het gebiedsverbod tot het exacte adres.
Daarnaast stelde de Hoge Raad vast dat het hof onvoldoende had gemotiveerd dat de immateriële schadevergoeding toegekend op grond van artikel 6:106 aanhef Pro en onder b BW, ook betrekking had op een aantasting in persoon 'op andere wijze' door de belaging. De motivering was niet toereikend om de toekenning van de schadevergoeding en de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel in stand te houden. Daarom vernietigde de Hoge Raad dit onderdeel en verwees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde beoordeling.
Verder werd vastgesteld dat de redelijke termijn in cassatie was overschreden, maar zonder verdere rechtsgevolgen. Het beroep werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: Het gebiedsverbod is beperkt tot het exacte adres en de immateriële schadevergoeding wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.