Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
2 september 2025.
Hoge Raad
De zaak betreft een geschil over bedreiging van bewoners en beschadiging van een dakgoot door het afvuren van een gasdrukgeweer op een woning. In eerste aanleg sprak de rechtbank de verdachte vrij wegens onvoldoende bewijs. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden oordeelde echter dat de verdachte wel verantwoordelijk was voor het schieten met het gasdrukgeweer op 20 januari 2021.
Het hof baseerde zijn oordeel op verklaringen van de aangeefster, het aantreffen van een patroon nabij de schade, en forensisch onderzoek dat de kogel koppelde aan het gasdrukgeweer van de verdachte. Tevens speelde mee dat er een langdurig conflict bestond tussen de partijen en eerdere meldingen van vernielingen en bedreigingen. De verdachte ontkende het gebruik van het wapen door anderen.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van de verdachte verworpen. De Raad oordeelde dat het hof voldoende en begrijpelijk had gemotiveerd waarom de alternatieve scenario's niet aannemelijk waren en waarom de verdachte als dader kon worden aangemerkt. De redelijke termijn voor de procedure was overschreden, maar dit leidde niet tot een ander rechtsgevolg dan een constatering. De opgelegde taakstraf en voorwaardelijke hechtenis blijven in stand.
Uitkomst: Hoge Raad verwerpt cassatie en bevestigt taakstraf en voorwaardelijke hechtenis voor schieten met gasdrukgeweer.