ECLI:NL:HR:2025:1223

Hoge Raad

Datum uitspraak
2 september 2025
Publicatiedatum
1 september 2025
Zaaknummer
22/04658
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 26.1 WWMArt. 36c SrArt. 36d SrArt. 6 lid 1 EVRMArt. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad vermindert taakstraf en vernietigt onttrekking voor onduidelijk voorwerp

De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De zaak betrof medeplegen en het voorhanden hebben van vuurwapens en munitie, met een beslissing tot onttrekking aan het verkeer van diverse inbeslaggenomen voorwerpen.

De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het hofuitspraak uitsluitend voor de duur van de taakstraf en de onttrekking aan het verkeer van een specifiek onduidelijk omschreven voorwerp op de beslaglijst. De Hoge Raad oordeelde dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom dit voorwerp vatbaar zou zijn voor onttrekking, terwijl voor de overige voorwerpen dit wel duidelijk was vanwege hun aard als wapens of munitie.

Daarnaast stelde de Hoge Raad vast dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro was overschreden door vertraging in de procedure, wat leidde tot vermindering van de taakstraf van honderd naar negentig uren, met een subsidiaire hechtenis van 45 dagen. Het beroep werd voor het overige verworpen.

Uitkomst: Taakstraf verminderd naar 90 uren en onttrekking aan het verkeer van een onduidelijk voorwerp vernietigd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer22/04658
Datum2 september 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 12 december 2022, nummer 21-002158-18, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1961,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde taakstraf en de beslissing tot onttrekking aan het verkeer van het op de beslaglijst onder 8 genoemde voorwerp, tot vermindering van de opgelegde taakstraf naar de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2.Beoordeling van het eerste en het tweede cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beoordeling van het derde cassatiemiddel

3.1
Het cassatiemiddel klaagt over de beslissing van het hof dat de op de beslaglijst omschreven inbeslaggenomen voorwerpen aan het verkeer onttrokken worden verklaard.
3.2
Het cassatiemiddel slaagt met betrekking tot het op de beslaglijst onder 8 omschreven voorwerp “1 STK Overige goederen fragment AAJJ3131NL” en het cassatiemiddel faalt voor zover het betrekking heeft op de overige op de beslaglijst omschreven inbeslaggenomen voorwerpen. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 5.

4.Beoordeling van het vierde cassatiemiddel

4.1
Het cassatiemiddel klaagt dat in de cassatiefase de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van Pro het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EVRM) is overschreden omdat de stukken te laat door het hof zijn ingezonden.
4.2
Het cassatiemiddel is gegrond. Bovendien doet de Hoge Raad uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Een en ander brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde taakstraf van honderd uren, subsidiair vijftig dagen hechtenis.

5.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft
(i) de beslissing tot onttrekking aan het verkeer van het op de beslaglijst onder 8 omschreven inbeslaggenomen voorwerp “1 STK Overige goederen fragment AAJJ3131NL” en
(ii) het aantal uren te verrichten taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis;
- vermindert het aantal uren taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis in die zin dat de taakstraf 90 uren beloopt, subsidiair 45 dagen hechtenis;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C.N. Dalebout en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
2 september 2025.