ECLI:NL:HR:2025:1228

Hoge Raad

Datum uitspraak
23 september 2025
Publicatiedatum
1 september 2025
Zaaknummer
23/05066
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 300.1 SrArt. 13.1 WWMArt. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt taakstraf zonder geldboete bij mishandeling en bezit creditcardmes

In deze strafzaak stond de verdachte terecht voor mishandeling en het voorhanden hebben van een zogenaamd creditcardmes. Het gerechtshof 's-Hertogenbosch had de verdachte veroordeeld tot een geldboete van €150 en een taakstraf van 50 uur, subsidiair 25 dagen hechtenis, waarvan 20 uur, subsidiair 10 dagen hechtenis, voorwaardelijk.

De Hoge Raad constateerde echter een discrepantie tussen de strafoplegging en de strafmotivering van het hof. Uit de motivering bleek dat het hof uitsluitend een taakstraf met voorwaardelijke hechtenis wilde opleggen en geen geldboete. De oplegging van de geldboete berustte derhalve op een kennelijke misslag.

De Hoge Raad stelde vast dat deze misslag niet tot cassatie hoeft te leiden en verstaat het vonnis zo dat de verdachte alleen een taakstraf met voorwaardelijke hechtenis is opgelegd. Het cassatieberoep werd daarom verworpen. Hiermee blijft de strafoplegging beperkt tot de taakstraf en voorwaardelijke hechtenis zoals bedoeld door het hof.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een taakstraf van 50 uren met voorwaardelijke hechtenis, zonder geldboete.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/05066
Datum23 september 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 18 december 2023, nummer 20-001068-23, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat C. van Aken bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot vernietiging van de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de opgelegde geldboete, en tot verwerping van het beroep voor het overige.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt over de strafoplegging, in het bijzonder over de oplegging van een geldboete.
2.2
Volgens het dictum heeft het hof de verdachte veroordeeld tot een geldboete van € 150 en een taakstraf van 50 uren, subsidiair 25 dagen hechtenis, waarvan 20 uren, subsidiair 10 dagen hechtenis, voorwaardelijk. De strafmotivering houdt in:
“Alle omstandigheden afwegende acht het hof het, evenals de rechtbank en de advocaat-generaal, passend en geboden de verdachte ter zake beide bewezenverklaarde feiten te veroordelen tot een taakstraf voor de duur van 50 uren subsidiair 25 dagen hechtenis, waarvan 20 uren subsidiair 10 dagen hechtenis voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren.
Met oplegging van een gedeeltelijk voorwaardelijke straf wordt enerzijds de ernst van het bewezenverklaarde tot uitdrukking gebracht en wordt anderzijds de strafoplegging dienstbaar gemaakt aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten.”
2.3
Het hof heeft onmiskenbaar bedoeld slechts een taakstraf op te leggen en niet ook een geldboete. De oplegging van een geldboete van € 150 berust daarom op een kennelijke misslag. Het cassatiemiddel klaagt hierover terecht. Tot cassatie hoeft deze misslag echter niet te leiden, omdat de Hoge Raad de uitspraak van het hof zo verstaat dat aan de verdachte geen geldboete maar uitsluitend een taakstraf van 50 uren, subsidiair 25 dagen hechtenis, waarvan 20 uren, subsidiair 10 dagen hechtenis, voorwaardelijk is opgelegd.

3.Beoordeling van het eerste en het derde cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

4.Beslissing

De Hoge Raad:
- verstaat dat het hof geen geldboete maar slechts een taakstraf van 50 uren, subsidiair 25 dagen hechtenis, waarvan 20 uren, subsidiair 10 dagen hechtenis, voorwaardelijk heeft opgelegd;
- verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
23 september 2025.