ECLI:NL:HR:2025:1231

Hoge Raad

Datum uitspraak
2 september 2025
Publicatiedatum
2 september 2025
Zaaknummer
23/00885
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 312 lid 1 SrArt. 300 lid 1 SrArt. 416 lid 1 sub a SrArt. 342 lid 2 SvArt. 81 lid 1 Wet RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn bij diefstal met geweld en opzetheling

De Hoge Raad heeft op 2 september 2025 uitspraak gedaan in een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 22 februari 2023 in een strafzaak betreffende diefstal met geweld en opzetheling. De verdachte werd veroordeeld, maar de advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het arrest wat betreft de strafoplegging vanwege overschrijding van de redelijke termijn.

De Hoge Raad heeft de cassatieklachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest, behalve voor de strafoplegging. Gelet op de overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro, heeft de Hoge Raad ambtshalve de straf verminderd.

De straf is verminderd met tien maanden tot een duur van negen maanden en twee weken gevangenisstraf. Het beroep is voor het overige verworpen. De uitspraak is gewezen door de vice-president en twee raadsheren, uitgesproken in openbare terechtzitting.

Uitkomst: De gevangenisstraf is verminderd tot negen maanden en twee weken wegens overschrijding van de redelijke termijn.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/00885
Datum2 september 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 22 februari 2023, nummer 23-001751-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat J. Boksem bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest, maar uitsluitend wat betreft de bevestiging van de strafoplegging, tot vernietiging van de door de rechtbank opgelegde straf, tot vermindering van de straf naar de gebruikelijke maatstaf en (ten slotte) tot verwerping van het beroep voor het overige.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van Pro het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van tien maanden.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;
- vermindert deze in die zin dat deze negen maanden en twee weken beloopt;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
2 september 2025.