Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
9 september 2025.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een uitspraak van het gerechtshof 's-Hertogenbosch inzake een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel uit hennepteelt. De betrokkene stelde dat het hof de redelijke termijn in hoger beroep had overschreden.
De Hoge Raad beoordeelde het cassatiemiddel en oordeelde dat de klachten niet tot vernietiging van het hofvonnis konden leiden. Daarbij was het niet noodzakelijk om de motivering van het hof nader te onderzoeken, omdat de vragen niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
De Hoge Raad constateerde ambtshalve dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was overschreden, maar stelde dat dit niet automatisch tot cassatie of compensatie hoeft te leiden. In een samenhangende strafzaak zal de termijnoverschrijding wel worden beoordeeld op mogelijke compensatie.
Uiteindelijk verwierp de Hoge Raad het beroep en bevestigde daarmee het oordeel van het hof zonder verdere sancties wegens de termijnoverschrijding.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de uitspraak van het hof ondanks overschrijding van de redelijke termijn.