Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
3.Beoordeling van de overige cassatiemiddelen
4.Beslissing
9 september 2025.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag waarin verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van valselijk opmaken en voorhanden hebben van een vervalst Belgisch paspoort. Centraal stond de identificatie van verdachte als gebruiker van een telefoonnummer dat in afgeluisterde telefoongesprekken werd genoemd.
De verdediging voerde uitdrukkelijk aan dat verdachte niet de persoon was die in de gesprekken als “Jamal” voorkwam en betwistte de betrouwbaarheid van de stemherkenning door een tolk. Het hof week af van dit standpunt zonder in de motivering specifiek in te gaan op de door de verdediging aangevoerde bezwaren, zoals vereist op grond van artikel 359 lid 2 Sv Pro.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof niet heeft voldaan aan de motiveringsplicht en vernietigt het arrest. De zaak wordt terugverwezen naar het hof Den Haag voor een nieuwe berechting en beslissing, waarbij het hof de motivering van de bewijswaardering adequaat moet geven.
De overige cassatiemiddelen behoeven geen bespreking vanwege de vernietiging. Het arrest is gewezen door de vice-president Borgers en raadsheren Trotman en Kuiper op 9 september 2025.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.