ECLI:NL:HR:2025:1246

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 september 2025
Publicatiedatum
5 september 2025
Zaaknummer
24/00755
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 141 SrArt. 41 SrArt. 6:107 BWArt. 36f Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatie in zaak openlijke geweldpleging met zwaar lichamelijk letsel

De zaak betreft een cassatieberoep tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam van 27 februari 2024, waarin de verdachte werd veroordeeld voor openlijke geweldpleging met zwaar lichamelijk letsel na een woordenwisseling in een recreatiegebied. Het hof oordeelde onder meer dat de verdediging het beroep op noodweer in hoger beroep niet heeft gehandhaafd.

Daarnaast speelde de vraag of de benadeelde partij, als samenwonende partner van het slachtoffer, kon worden aangemerkt als levensgezel in de zin van artikel 6:107.2.b BW voor de vergoeding van affectieschade. Ook werd de maximale duur van gijzeling bij een schadevergoedingsmaatregel op grond van artikel 36f Sr besproken.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van de verdachte beoordeeld en geconcludeerd dat de klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad heeft geen motivering gegeven omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken op 9 september 2025.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het gerechtshof.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer24/00755
Datum9 september 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 27 februari 2024, nummer 23-001439-23, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2002,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
Namens de [benadeelde] heeft de advocaat F.J. Straathof een verweerschrift ingediend.
De advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
9 september 2025.