ECLI:NL:HR:2025:1248

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 september 2025
Publicatiedatum
5 september 2025
Zaaknummer
24/02538
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 10a.1.3 OpiumwetArt. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak voor medeplegen voorbereidingshandelingen productie amfetamine en MDMA bevestigd in cassatie

In deze strafzaak stond de verdachte terecht voor medeplegen van voorbereidingshandelingen met betrekking tot de productie van amfetamine en/of MDMA. In eerste aanleg werd de verdachte vrijgesproken. Het hof bevestigde deze vrijspraak, waarbij het bewijs onvoldoende werd geacht voor een veroordeling, met name vanwege bezwaren tegen de bewijskracht van telefoongesprekken buiten de bewezenverklaarde periode en twijfels over het bestemmingsvereiste en opzet.

De verdachte stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het hof. De Hoge Raad heeft de cassatiemiddelen beoordeeld, waarbij de klachten over de motivering van het bewezenverklaarde en de bewijsklachten zijn onderzocht. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde middelen niet leiden tot cassatie, mede omdat het niet noodzakelijk was om voor de eenheid of ontwikkeling van het recht nadere motivering te geven.

Het beroep is verworpen en het arrest van het hof blijft in stand. De uitspraak bevestigt dat de bewijsvoering onvoldoende was om de verdachte te veroordelen voor medeplegen van voorbereidingshandelingen met betrekking tot de productie van amfetamine en/of MDMA.

Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de vrijspraak van de verdachte voor medeplegen voorbereidingshandelingen productie amfetamine en MDMA.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer24/02538
Datum9 september 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 4 juli 2024, nummer 20-002228-18, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1979,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt over (de motivering van) het bewezenverklaarde.
2.2
Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 5 tot en met 44.

3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
9 september 2025.