ECLI:NL:HR:2025:1254

Hoge Raad

Datum uitspraak
30 september 2025
Publicatiedatum
9 september 2025
Zaaknummer
24/01550
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep inzake profijtontneming medeplegen diefstal met geweld diamantroof

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 12 april 2024, waarin een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel werd toegewezen aan betrokkene, die werd verdacht van medeplegen van diefstal met geweld bij een diamantroof op Schiphol in 2005.

De betrokkene stelde in cassatie onder meer dat de schatting van de waarde van de aangetroffen ongeslepen diamanten, die deel uitmaakten van de roof, onjuist was omdat deze diamanten nog niet de opbrengst van €15.000 per diamant hadden gerealiseerd. De Hoge Raad oordeelde dat het niet nodig was om op deze vragen in te gaan, omdat deze niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, en verwierp het cassatieberoep.

De uitspraak bevestigt daarmee het oordeel van het hof en de toegepaste methodiek bij de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel. De Hoge Raad motiveert haar beslissing niet uitvoerig, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de ontnemingsvordering van wederrechtelijk verkregen voordeel.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer24/01550 P
Datum30 september 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof Amsterdam van 12 april 2024, nummer 23-001999-23, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste
van
[betrokkene] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1974,
hierna: de betrokkene.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze hebben de advocaten R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
30 september 2025.