Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
3.Beoordeling van het eerste, het derde en het vierde cassatiemiddel
4.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
5.Beslissing
28 januari 2025.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch waarin verdachte werd vrijgesproken van medeplegen van erfvredebreuk door het wegslepen van betonblokken en het wederrechtelijk betreden van een besloten erf van de gemeente.
De Hoge Raad heeft het beroep van verdachte verworpen. De klachten tegen de bewezenverklaring, waaronder de vraag of het perceel als besloten erf kon worden aangemerkt en of sprake was van wederrechtelijk vertoeven, werden niet gegrond verklaard. Het hof had gemotiveerd vastgesteld dat het perceel was afgesloten met betonblokken en dat verdachte en medeverdachten op de hoogte waren van sommatiebrieven van de gemeente om het erf te verlaten.
Daarnaast werd het verweer dat een schorsing van een last onder dwangsom betekende dat er geen strafbaar feit was gepleegd, verworpen. De Hoge Raad oordeelde dat de redelijke termijn was overschreden, maar dat dit gezien de opgelegde geheel voorwaardelijke geldboete van €500 geen aanleiding gaf tot een ander rechtsgevolg.
Het arrest bevestigt daarmee het oordeel van het hof en sluit het cassatieproces af met een verwerping van het beroep.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bevestigd met een geheel voorwaardelijke geldboete van €500.