ECLI:NL:HR:2025:1260

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 september 2025
Publicatiedatum
11 september 2025
Zaaknummer
24/02260
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep inzake aansprakelijkheid gezondheidsschade door chroom-6

In deze zaak vorderen meerdere eisers schadevergoeding van NedTrain vanwege gezondheidsschade door blootstelling aan chroom-6. De procedure startte bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant met diverse vonnissen tussen 2020 en 2021, waarna het gerechtshof 's-Hertogenbosch op 12 maart 2024 een arrest wees dat de aansprakelijkheid van NedTrain betrof.

Eisers stelden cassatieberoep in tegen het arrest van het hof, waarbij zij onder meer stelden dat NedTrain aansprakelijk is voor de gezondheidsschade. De Hoge Raad heeft de klachten van eisers beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest. Volgens de Hoge Raad was het niet nodig om de klachten uitvoerig te motiveren omdat deze geen belang hebben voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en veroordeelt de eisers in de kosten van het geding. Hiermee blijft het arrest van het hof in stand en wordt NedTrain niet aansprakelijk gehouden voor de gestelde gezondheidsschade door chroom-6 blootstelling.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het hof, waarmee NedTrain niet aansprakelijk wordt gehouden.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer24/02260
Datum12 september 2025
ARREST
In de zaak van
1. [eiser 1] ,
wonende te [plaats] ,
2. [eiser 2] ,
wonende te [plaats] ,
3. [eiser 3] ,
wonende te [plaats] ,
4. [eiser 4] ,
wonende te [plaats] ,
5. [eiser 5] ,
wonende te [plaats] ,
6. [eiser 6] ,
wonende te [plaats] ,
7. [eiseres 7] ,
wonende te [plaats] ,
8. [eiser 8] ,
wonende te [plaats] ,
9. [eiser 9] ,
wonende te [plaats] ,
10. [eiser 10] ,
wonende te [plaats] ,
11. [eiser 11] ,
wonende te [plaats] ,
12. [eiser 12] ,
wonende te [plaats] ,
13. [eiser 13] ,
wonende te [plaats] ,
14. [eiser 14] ,
wonende te [plaats] ,
15. [eiser 15] ,
wonende te [plaats] ,
16. [eiser 16] ,
wonende te [plaats] ,
17. [eiseres 17] ,
wonende te [plaats] ,
18. [eiseres 18] ,
wonende te [plaats] ,
19. [eiser 19] ,
wonende te [plaats] ,
20. [eiser 20] ,
wonende te [plaats] ,
21. [eiseres 21] ,
wonende te [plaats] ,
22. [eiser 22] ,
wonende te [plaats] ,
23. [eiser 23] ,
wonende te [plaats] ,
24. [eiseres 24] ,
wonende te [plaats] ,
25. [eiser 25] ,
wonende te [plaats] ,
26. [eiser 26] ,
wonende te [plaats] ,
27. [eiser 27] ,
wonende te [plaats] ,
EISERS tot cassatie,
hierna gezamenlijk: [eisers] ,
advocaat: R.R. Oudijk,
tegen
NEDTRAIN B.V.,
gevestigd te Utrecht,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: NedTrain,
advocaat: F.E. Vermeulen.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak met nummers 8156458 CV EXPL 19-6852 en C/02/372261 / HA ZA 20-280 van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 1 april 2020, 13 mei 2020, 1 juli 2020 en 22 september 2021;
b. het arrest in de zaak 200.306.211/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 12 maart 2024.
[eisers] hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
NedTrain heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor [eisers] mede door L.J.W. Mingelen en voor NedTrain mede door M.D.C. Klaassen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eisers] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van NedTrain begroot op € 2.897,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren H.M. Wattendorff, als voorzitter, F.J.P. Lock, A.E.B. ter Heide, S.J. Schaafsma en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op
12 september 2025.