ECLI:NL:HR:2025:1302

Hoge Raad

Datum uitspraak
16 september 2025
Publicatiedatum
12 september 2025
Zaaknummer
23/03706
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 311 SrArt. 359 lid 2 Sv
Verwijzingen
6 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt vrijspraak medeplegen diefstal met braak na beoordeling herkenningsbewijs

In deze strafzaak stond de vraag centraal of de herkenningen van de verdachte door verbalisanten betrouwbaar waren en of het bewijs voldoende was voor een veroordeling van medeplegen diefstal met braak. De verdachte was in eerste aanleg vrijgesproken. Het hof heeft in hoger beroep de vrijspraak bevestigd en daarbij uitgebreid gemotiveerd waarom de herkenningen betrouwbaar waren, onder meer door aandacht te besteden aan het al dan niet bestaan van voorinformatie en mogelijke sturing in het herkenningsproces.

De verdediging voerde aan dat het hof onvoldoende was ingegaan op alle door hen aangevoerde omstandigheden die de betrouwbaarheid van de herkenningen zouden ondermijnen. De Hoge Raad oordeelde echter dat het hof niet verplicht is om op elk detail van de argumentatie in te gaan, zolang de motivering als geheel voldoende is volgens artikel 359 lid 2 Sv Pro.

Daarnaast werd door de verdediging gesteld dat het feit dat verdachte in een grijze personenauto met een medeverdachte werd aangetroffen, de betrouwbaarheid van de herkenningen zou ondersteunen. Het hof had dit niet als zodanig overwogen, maar slechts als versterking van de overtuiging dat verdachte betrokken was bij de woninginbraak. De Hoge Raad verwierp ook dit standpunt.

De advocaat-generaal had geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep, en de Hoge Raad volgde dit advies. Het beroep werd derhalve verworpen en het arrest van het hof bevestigd.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de vrijspraak van de verdachte voor medeplegen diefstal met braak.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/03706
Datum16 september 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 22 september 2023, nummer 20-002919-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1993,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten J.C. Reisinger en R.L. Vermeulen bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal V.M.A. Sinnige heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

2.1
Het eerste cassatiemiddel klaagt dat het hof in strijd met artikel 359 lid Pro 2, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering niet in het bijzonder de redenen heeft opgegeven waarom het is afgeweken van een door de verdediging naar voren gebracht uitdrukkelijk onderbouwd standpunt over de herkenning van de verdachte door verbalisanten. Het tweede cassatiemiddel klaagt over de motivering van de bewezenverklaring.
2.2
De cassatiemiddelen leiden niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
16 september 2025.