Uitspraak
1.Procesverloop
De advocaat van Cobraspen c.s. heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
19 september 2025.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze zaak stond de opzegging van erfpachtrecht en opstalrecht centraal, waarbij het gebruik van de grond bestemd was voor activiteiten ten behoeve van de openbare drinkwatervoorziening. Cobraspen c.s. voerde in cassatie meerdere klachten aan tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam, dat het eerdere vonnis van de rechtbank bevestigde.
De Hoge Raad heeft de klachten van Cobraspen c.s. beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest. De Hoge Raad zag geen noodzaak tot nadere motivering omdat de vragen niet relevant waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad wees het beroep af en veroordeelde Cobraspen c.s. in de kosten van het cassatiegeding. De zaak betreft onder meer de uitleg van de vestigingsakte, de toepassing van artikel 5:87 lid 2 BW Pro (ernstige tekortkoming), artikel 5:97 BW Pro (onvoorziene omstandigheden), artikel 3:13 BW Pro (misbruik van recht) en algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Tevens speelde de vraag of het waterleidingbedrijf als bestuursorgaan in de zin van de Awb kan worden aangemerkt.
De uitspraak werd gedaan door de vicepresident en raadsheren van de Hoge Raad, en in het openbaar uitgesproken door raadsheer ter Heide op 19 september 2025.
Uitkomst: Het cassatieberoep van Cobraspen c.s. wordt verworpen en zij worden veroordeeld in de proceskosten.