ECLI:NL:HR:2025:1343

Hoge Raad

Datum uitspraak
23 september 2025
Publicatiedatum
19 september 2025
Zaaknummer
24/03038
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5.4.10 SvArt. 552a SvArt. 94 SvArt. 445 SvArt. 552d lid 2 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep tegen beschikking inzake beslag op auto na Europees bevriezingsbevel

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een beschikking van de rechtbank Limburg die een klaagschrift ongegrond verklaarde. Het klaagschrift strekte tot teruggave van een auto waarop conservatoir beslag rustte, na omzetting van een beslag op grond van een Europees onderzoeksbevel (EOB) naar een Europees bevriezingsbevel (EBB).

De rechtbank had vastgesteld dat het beslag aanvankelijk was gelegd op basis van artikel 94 Sv Pro naar aanleiding van een EOB van Duitse autoriteiten en later was omgezet in conservatoir beslag op basis van het EBB. De rechtbank oordeelde dat het beslag rechtmatig was en in overeenstemming met het doel van het EBB, en verklaarde het klaagschrift ongegrond.

De Hoge Raad onderzocht de ontvankelijkheid van het cassatieberoep. Artikel 445 Sv Pro bepaalt dat tegen beschikkingen alleen cassatieberoep openstaat in de gevallen die het wetboek bepaalt. Artikel 5.5.18 Sv, dat betrekking heeft op bevriezingsbevelen, verklaart enkele bepalingen van Titel IX ‘Beklag’ van het Wetboek van Strafvordering van overeenkomstige toepassing, maar niet artikel 552d lid 2 Sv dat cassatie regelt.

De Hoge Raad concludeerde dat er geen wettelijke grondslag is voor cassatieberoep tegen de bestreden beschikking. Daarom verklaarde de Hoge Raad het beroep niet-ontvankelijk en nam het cassatieberoep niet in behandeling.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een wettelijke grondslag voor cassatie tegen de bestreden beschikking.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer24/03038 Br
Datum23 september 2025
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Limburg van 23 juli 2024, nummer RK 24/015386, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 5.4.10 in verbinding met artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klager] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1963,
hierna: de klager.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft de advocaat L. Bien bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de klager in het cassatieberoep.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

2.1
Het cassatieberoep is gericht tegen een beschikking van de rechtbank waarbij een klaagschrift dat strekt tot teruggave van een auto, waarop naar aanleiding van een Europees bevriezingsbevel door omzetting conservatoir beslag is gaan rusten, ongegrond is verklaard.
2.2
De beschikking van de rechtbank houdt onder meer in:
“De rechtbank stelt vast dat de Duitse autoriteiten een EOB hebben uitgevaardigd, in het kader van een lopend strafrechtelijk onderzoek naar (in ieder geval) genoemde [betrokkene 1] , op grond van welk onderzoek de onderhavige doorzoeking en inbeslagneming heeft plaatsgevonden. Dit EOB is door de officier van justitie erkend en tenuitvoergelegd.
De onderhavige auto is op grond van artikel 94 Sv Pro in beslag genomen, in afwachting van een Europees Bevriezingsbevel ten behoeve van de ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Dat Europees Bevriezingsbevel (kenmerk: EBB-I-2024023085) is op 14 juni 2024 ontvangen. Het beslag op deze auto is op 27 juni 2024 omgezet naar conservatoir beslag, middels een machtiging conservatoir beslag door de rechter-commissaris belast met strafzaken bij deze rechtbank d.d. 25 juni 2024.
De Duitse autoriteiten hebben niet meegedeeld af te zien van dit beslag.
De inzet van de bevoegdheden is naar Nederlands recht rechtmatig geschied en er doen zich geen weigeringsgronden op grond van artikelen 5:4:4 of 5:5:16 Sv voor.
De rechtbank stelt vast dat ten aanzien van de inbeslagneming van de auto voldaan is aan de daarvoor in Nederland geldende formaliteiten.
Handhaving van het beslag op de auto is verder in lijn met het in het EBB beschreven doel van de beslaglegging.
(...)
Het beklag moet daarom ongegrond worden verklaard.”
2.3
Bij de stukken bevindt zich een bevriezingscertificaat (‘Sicherstellungsbescheinigung’) van de Duitse autoriteiten van 14 juni 2024 als bedoeld in artikel 4 en Pro 6 van de Verordening (EU) 2018/1805 van het Europees Parlement en de Raad van 14 november 2018 inzake de wederzijdse erkenning van bevriezingsbevelen en confiscatiebevelen (PbEU 2018, L 303/1). De inhoud van dit bevriezingscertificaat is weergegeven in de conclusie van de advocaat-generaal onder 2.2.
2.4
De volgende bepalingen zijn van belang.
- Artikel 445 van Pro het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv):
“Tegen beschikkingen staat hooger beroep of beroep in cassatie niet open en is een bezwaarschrift niet toegelaten, dan in de gevallen bij dit wetboek bepaald.”
- Artikel 552d lid 2 Sv:
“Beroep in cassatie kan door het openbaar ministerie worden ingesteld binnen veertien dagen na de dagtekening der beschikking, en door de klager binnen veertien dagen na de betekening.”
- Artikel 5.5.18 Sv, geplaatst in de Derde afdeling (“Bevriezingsbevelen op grond van Verordening 2018/1805”) van Titel 5 (“Europees bevriezingsbevel”) van het Vijfde Boek (“Internationale en Europese strafrechtelijke samenwerking”) van het Wetboek van Strafvordering:
“Belanghebbenden kunnen zich schriftelijk beklagen over de beslissing van de officier van justitie tot erkenning en tenuitvoerlegging van een bevriezingsbevel. De artikelen 552a, 552c tot en met 552d, eerste lid en 552e, eerste lid, zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de rechter niet treedt in een onderzoek naar de grondslag van het bevriezingsbevel. Het beklag heeft geen schorsende werking.”
2.5
De rechtbank heeft vastgesteld dat de auto aanvankelijk op grond van artikel 94 Sv Pro in beslag is genomen en dat dat beslag zijn aanleiding vond in een Europees onderzoeksbevel, en dat daarna het beslag is omgezet naar een conservatoir beslag dat zijn aanleiding vond in een Europees bevriezingsbevel.
2.6
In het op dit bevriezingsbevel toepasselijke artikel 5.5.18 Sv zijn enkele bepalingen uit Titel IX ‘Beklag’ van het Vierde Boek van het Wetboek van Strafvordering van overeenkomstige toepassing verklaard. Daaronder is echter niet begrepen artikel 552d lid 2 Sv.
2.7
Op grond van artikel 445 Sv Pro staat tegen beschikkingen cassatieberoep alleen open in de gevallen in dat wetboek bepaald. Dat wetboek bevat geen bepaling op grond waarvan cassatieberoep openstaat tegen een beschikking als deze. Zo’n bepaling is ook in een andere wet niet te vinden. Daarom kan de Hoge Raad het cassatieberoep van de klager niet in behandeling nemen.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
23 september 2025.