ECLI:NL:HR:2025:1348
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet tijdig indienen gronden
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van de Rechtbank Midden-Nederland. Het beroepschrift bevatte niet de vereiste gronden van het beroep zoals voorgeschreven in artikel 6:5, lid 1, letter d, Awb. De griffier van de Hoge Raad gaf belanghebbende de mogelijkheid om dit verzuim binnen zes weken te herstellen.
De brief van de griffier werd aangetekend verzonden en volgens PostNL afgehaald. Echter werd een brief met de gronden pas na afloop van de hersteltermijn ontvangen, waardoor deze niet in behandeling kon worden genomen. De Hoge Raad paste artikel 6:6 Awb Pro toe en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk.
De Hoge Raad zag geen aanleiding om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten. Het arrest werd gewezen door drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 19 september 2025.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van de gronden van het beroep.