Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
23 september 2025.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 16 augustus 2023, waarin de verdachte werd veroordeeld wegens belediging van een politieagent. Het cassatiemiddel betoogt dat het onderzoek en de uitspraak in hoger beroep nietig zijn omdat geen proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep is opgemaakt.
De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het bestreden arrest en terugwijzing van de zaak naar het hof. De Hoge Raad volgt deze conclusie, omdat uit de stukken blijkt dat het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep niet is uitgewerkt, hetgeen leidt tot nietigheid van het onderzoek en de uitspraak.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof en wijst de zaak terug naar het gerechtshof Den Haag voor een nieuwe berechting en beslissing. Het arrest is gewezen door de vice-president Borgers, en raadsheren Van Strien en Kuijer op 23 september 2025.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.