De Hoge Raad heeft op 19 september 2025 het verzoek om herziening van het arrest van 8 november 2024 beoordeeld. Belanghebbende was gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en kreeg een termijn van vier weken om dit te betalen of een verzoek om ontheffing in te dienen. Hoewel het griffierecht tijdig werd voldaan, werd het verzoek om ontheffing te laat ingediend, waardoor de Hoge Raad dit verzoek niet kon behandelen.
De procureur-generaal heeft advies uitgebracht over het herzieningsverzoek. De Hoge Raad oordeelde dat het verzoek om herziening duidelijk niet kon slagen en maakte gebruik van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie om het verzoek zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren.
Er werd geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen. Het arrest werd in het openbaar uitgesproken door de raadsheren Faase, Cools en Peters, in aanwezigheid van de waarnemend griffier Cichowski.