ECLI:NL:HR:2025:1363
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake naheffingsaanslag parkeerbelasting
Belanghebbende was het niet eens met een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd door het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Den Haag. Na een uitspraak van de Rechtbank Rotterdam werd hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof Den Haag. Dit hof oordeelde op 19 maart 2025 in het nadeel van belanghebbende.
Belanghebbende stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad. Het college diende een verweerschrift in en belanghebbende een conclusie van repliek, waarin een nieuwe klacht werd ingebracht die buiten de daarvoor geldende termijn viel. De Hoge Raad ging aan deze klacht voorbij.
Na beoordeling van de middelen concludeerde de Hoge Raad dat de klachten niet tot vernietiging van de uitspraak van het hof konden leiden. De Hoge Raad vond geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en verklaarde het cassatieberoep ongegrond.
Deze uitspraak bevestigt de eerdere beslissingen en maakt duidelijk dat de naheffingsaanslag parkeerbelasting rechtmatig is opgelegd en gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag parkeerbelasting blijft gehandhaafd.