ECLI:NL:HR:2025:1397

Hoge Raad

Datum uitspraak
30 september 2025
Publicatiedatum
26 september 2025
Zaaknummer
23/04964
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 10a oud OpiumwetArt. 11a oud OpiumwetArt. 140 SrArt. 420bis SrArt. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in zaak medeplegen en witwassen cocaïnehandel

De zaak betreft een cassatieberoep tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam van 12 december 2023, waarin verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van de voorbereiding van de verkoop van cocaïne, medeplegen van voorbereidingshandelingen met zeilboten voor de invoer van cocaïne, deelname aan een criminele organisatie met dit oogmerk en witwassen.

De verdediging stelde in cassatie dat het hof ten onrechte strafverzwarende omstandigheden had meegewogen die pas na bewezenverklaarde feiten hadden plaatsgevonden. De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep.

De Hoge Raad heeft het cassatiemiddel beoordeeld en geoordeeld dat de klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest. De Hoge Raad motiveert dit oordeel niet uitvoerig omdat het niet noodzakelijk is voor de rechtsontwikkeling of eenheid van het recht.

Het beroep in cassatie wordt derhalve verworpen, waarmee het arrest van het hof Amsterdam ongewijzigd in stand blijft.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof Amsterdam wordt bevestigd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/04964
Datum30 september 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 12 december 2023, nummer 23-000180-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
30 september 2025.