Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
30 september 2025.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam van 12 december 2023, waarin verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van de voorbereiding van de verkoop van cocaïne, medeplegen van voorbereidingshandelingen met zeilboten voor de invoer van cocaïne, deelname aan een criminele organisatie met dit oogmerk en witwassen.
De verdediging stelde in cassatie dat het hof ten onrechte strafverzwarende omstandigheden had meegewogen die pas na bewezenverklaarde feiten hadden plaatsgevonden. De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep.
De Hoge Raad heeft het cassatiemiddel beoordeeld en geoordeeld dat de klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest. De Hoge Raad motiveert dit oordeel niet uitvoerig omdat het niet noodzakelijk is voor de rechtsontwikkeling of eenheid van het recht.
Het beroep in cassatie wordt derhalve verworpen, waarmee het arrest van het hof Amsterdam ongewijzigd in stand blijft.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof Amsterdam wordt bevestigd.