Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Beslissing
30 september 2025.
Hoge Raad
De verdachte werd door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld voor gekwalificeerde woninginbraak, waarbij de artikelen 311 en 312 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing waren. Tegen dit arrest stelde de verdachte cassatieberoep in bij de Hoge Raad. De advocaat van de verdachte diende meerdere cassatiemiddelen in, waaronder klachten over het daderspoor, DNA-onderzoek en de rechtmatigheid van het WOD-traject tegen een medeverdachte.
De advocaat-generaal concludeerde tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad heeft de klachten van de verdachte beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad vond het niet noodzakelijk om de gronden van het oordeel nader te motiveren, omdat de klachten geen vragen van belang voor de rechtsontwikkeling of eenheid van het recht bevatten.
Uiteindelijk wees de Hoge Raad het cassatieberoep af en bevestigde daarmee het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren tijdens een openbare terechtzitting op 30 september 2025.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden bevestigd.