Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2025:1401

Hoge Raad

Datum uitspraak
30 september 2025
Publicatiedatum
26 september 2025
Zaaknummer
24/03678
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2:260 SrCArt. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt medeplegen gekwalificeerde doodslag in Caribische zaak

In deze zaak stond de verdachte terecht voor medeplegen van gekwalificeerde doodslag in Curaçao. De verdachte werd in eerste aanleg vrijgesproken, maar het hof oordeelde anders en sprak hem schuldig uit. Het cassatieberoep richtte zich tegen deze bewezenverklaring.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat het hof terecht heeft vastgesteld dat verdachte bewust de aanmerkelijke kans aanvaardde dat het slachtoffer zou overlijden. Het feit dat verdachte niet precies wist op welke wijze het slachtoffer zou worden gedood, deed hieraan niet af. De planmatige en nauwe samenwerking tussen verdachte en medeverdachten vormde een belangrijke grondslag voor het oordeel van medeplegen.

De Hoge Raad acht het oordeel van het hof niet onbegrijpelijk en niet onjuist in rechtsopvatting. De klachten in cassatie leiden niet tot vernietiging van het arrest. Het beroep wordt verworpen, waarmee de veroordeling van verdachte voor medeplegen van gekwalificeerde doodslag in stand blijft.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor medeplegen van gekwalificeerde doodslag blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer24/03678 C
Datum30 september 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 12 juli 2024, nummer H-25/21, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat J. Kuijper bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal V.M.A. Sinnige heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep.

2.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt over de bewezenverklaring van het onder 1 tenlastegelegde medeplegen van – kort gezegd – gekwalificeerde doodslag.
2.2
Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 2.3 en 3.

3.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft ook de overige klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat ook deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
30 september 2025.