Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2025:1403

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 oktober 2025
Publicatiedatum
26 september 2025
Zaaknummer
23/04879
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 408.1.a SvArt. 511g.2 SvArt. 36e.1.b.1 SvArt. 36e.2.a SvArt. 366.2.a Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing wegens onjuiste toepassing beroepstermijn bij oproeping in ontnemingszaak

In deze zaak stond een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van betrokkene centraal. Het gerechtshof Amsterdam verklaarde betrokkene niet-ontvankelijk in hoger beroep omdat het beroep te laat was ingesteld. Het hof baseerde dit op de aanname dat de oproeping in eerste aanleg, die aan een huisgenoot op het BRP-adres van betrokkene was uitgereikt, gelijk stond aan betekening aan betrokkene zelf.

De Hoge Raad oordeelde dat deze interpretatie onjuist was. Betekening aan een huisgenoot op het BRP-adres is niet hetzelfde als betekening in persoon aan de betrokkene. De wet vereist dat betekening in persoon aan de geadresseerde zelf plaatsvindt om de beroepstermijn van veertien dagen te laten beginnen. De mededeling van de uitspraak ontneming was wel in persoon aan betrokkene uitgereikt, wat bevestigt dat eerdere uitreiking aan huisgenoot niet als betekening in persoon geldt.

De Hoge Raad vernietigde daarom het vonnis van het hof en verwees de zaak terug naar het gerechtshof Amsterdam voor hernieuwde behandeling. De discussie over verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding doet hieraan niet af. Deze uitspraak benadrukt het belang van correcte betekening voor de ontvankelijkheid van hoger beroep in strafrechtelijke ontnemingszaken.

Uitkomst: Hoge Raad vernietigt het hofarrest en wijst de zaak terug voor hernieuwde behandeling wegens onjuiste toepassing beroepstermijn bij oproeping.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/04879 P
Datum7 oktober 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof Amsterdam van 5 december 2023, nummer 23-001863-23, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste
van
[betrokkene] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984,
hierna: de betrokkene.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft de advocaat W.H. Jebbink bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal P.H.P.H.M.C. van Kempen heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing naar het gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak op het bestaande beroep wordt berecht en afgedaan.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt dat het hof de betrokkene ten onrechte wegens overschrijding van de wettelijk voorgeschreven beroepstermijn niet-ontvankelijk heeft verklaard in het door hem ingestelde hoger beroep. Daartoe is onder meer aangevoerd dat het hof blijk heeft gegeven van een onjuiste rechtsopvatting door de uitreiking van de oproeping in eerste aanleg aan een huisgenoot van de betrokkene gelijk te stellen met een betekening aan de betrokkene in persoon van die oproeping.
2.2
Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C.N. Dalebout en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
7 oktober 2025.