Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
7 oktober 2025.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze zaak stond een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van betrokkene centraal. Het gerechtshof Amsterdam verklaarde betrokkene niet-ontvankelijk in hoger beroep omdat het beroep te laat was ingesteld. Het hof baseerde dit op de aanname dat de oproeping in eerste aanleg, die aan een huisgenoot op het BRP-adres van betrokkene was uitgereikt, gelijk stond aan betekening aan betrokkene zelf.
De Hoge Raad oordeelde dat deze interpretatie onjuist was. Betekening aan een huisgenoot op het BRP-adres is niet hetzelfde als betekening in persoon aan de betrokkene. De wet vereist dat betekening in persoon aan de geadresseerde zelf plaatsvindt om de beroepstermijn van veertien dagen te laten beginnen. De mededeling van de uitspraak ontneming was wel in persoon aan betrokkene uitgereikt, wat bevestigt dat eerdere uitreiking aan huisgenoot niet als betekening in persoon geldt.
De Hoge Raad vernietigde daarom het vonnis van het hof en verwees de zaak terug naar het gerechtshof Amsterdam voor hernieuwde behandeling. De discussie over verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding doet hieraan niet af. Deze uitspraak benadrukt het belang van correcte betekening voor de ontvankelijkheid van hoger beroep in strafrechtelijke ontnemingszaken.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt het hofarrest en wijst de zaak terug voor hernieuwde behandeling wegens onjuiste toepassing beroepstermijn bij oproeping.