ECLI:NL:HR:2025:1415
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart cassatieberoep ongegrond in belastingaanslag 2016
Belanghebbende heeft in cassatie beroep ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch, die het hoger beroep behandelde tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant over de aan belanghebbende opgelegde aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2016.
De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad motiveert dit oordeel niet, omdat het niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten aan belanghebbende toe te kennen. Het beroep in cassatie wordt daarom ongegrond verklaard.
Het arrest is op 26 september 2025 in het openbaar uitgesproken door de raadsheren Feteris, Boerlage en van der Voort Maarschalk.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard.