Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
30 september 2025.
Hoge Raad
De verdachte werd door het gerechtshof Den Haag veroordeeld voor medeplegen van lokaalvredebreuk in de hal van het ministerie van Economische Zaken tijdens een demonstratie. In cassatie stelde de verdachte dat de strafvervolging in strijd was met de vrijheid van meningsuiting en vergadering zoals gewaarborgd in artikel 10 en Pro 11 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM).
De Hoge Raad behandelde het beroep en oordeelde dat het verweer van de verdachte slaagt, verwijzend naar een gelijktijdig arrest (ECLI:NL:HR:2025:1313) waarin de schending van deze EVRM-rechten nader is toegelicht. De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof en wijst de zaak terug naar het gerechtshof Den Haag voor een nieuwe berechting.
Het arrest is gewezen door de vice-president Borgers als voorzitter en vier raadsheren, en is uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 30 september 2025. De zaak hangt samen met meerdere andere zaken met vergelijkbare nummers, wat duidt op een bredere context van vergelijkbare strafzaken.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest en wijst zaak terug naar gerechtshof wegens schending EVRM-rechten.