Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het vijfde cassatiemiddel
3.Beoordeling van de cassatiemiddelen voor het overige
4.Beslissing
25 november 2025.
Hoge Raad
In deze zaak gaat het om een bedreiging van een voormalige burgemeester via een dreigende e-mail gericht aan de gemeente. Het hof had vastgesteld dat de verdachte het oogmerk had om immateriële schade, namelijk angst, toe te brengen en kende een immateriële schadevergoeding toe aan de benadeelde partij.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd dat het oogmerk van de verdachte daadwerkelijk gericht was op het toebrengen van immateriële schade, zoals vereist op grond van artikel 6:106 aanhef Pro en onder a BW. Het enkele feit dat de verdachte opzettelijk een situatie heeft geschapen waarin immateriële schade is ontstaan, is niet voldoende.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het deel van het arrest dat betrekking heeft op de immateriële schadevergoeding en de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel en wijst de zaak terug naar het hof Den Haag voor een nieuwe beoordeling. De overige klachten worden verworpen en blijven in stand.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt deel uitspraak hof over immateriële schadevergoeding wegens onvoldoende motivering en wijst zaak terug voor hernieuwde beoordeling.