Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2025:1448

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 oktober 2025
Publicatiedatum
2 oktober 2025
Zaaknummer
23/04754
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2.C OpiumwetArt. 3.C OpiumwetArt. 300.1 SrArt. 423.2 SvArt. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep inzake bezit cocaïne, hennep en mishandeling

De verdachte werd door het gerechtshof Den Haag veroordeeld voor het aanwezig hebben van cocaïne en hennep, alsmede mishandeling. In cassatie stelde de verdachte meerdere klachten, waaronder over het niet beslissen op een aanhoudingsverzoek van zijn raadsman en de afwijzing van een gedragskundig onderzoek naar zijn toerekenbaarheid.

De Hoge Raad heeft deze klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad vond het niet noodzakelijk om de motivering te geven, omdat de klachten niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

Het beroep in cassatie is derhalve verworpen. Hiermee blijft het arrest van het gerechtshof Den Haag van 29 november 2023 ongewijzigd. De uitspraak is gedaan door de strafkamer van de Hoge Raad op 7 oktober 2025.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling van de verdachte.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/04754
Datum7 oktober 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 29 november 2023, nummer 22-000338-23, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1996,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat J.J. Weldam bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal P.H.P.H.M.C. van Kempen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer A.L.J. van Strien als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
7 oktober 2025.