Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
7 oktober 2025.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De verdachte stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het gerechtshof Den Haag van 5 april 2023. De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het hofarrest, maar alleen wat betreft de strafoplegging, met een voorstel tot strafvermindering. De Hoge Raad beoordeelde de klachten van de verdachte, maar vond deze niet gegrond en verwierp het beroep voor het overige.
Omdat meer dan twee jaar waren verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep, oordeelde de Hoge Raad dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro was overschreden. Dit leidde tot een ambtshalve vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van acht maanden, waarvan drie maanden voorwaardelijk.
De Hoge Raad vernietigde het hofarrest uitsluitend voor wat betreft de duur van de gevangenisstraf en stelde deze vast op zeven maanden en drie weken, waarvan drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Het beroep werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot zeven maanden en drie weken, waarvan drie maanden voorwaardelijk.