Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2025:1453

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 oktober 2025
Publicatiedatum
2 oktober 2025
Zaaknummer
23/01948
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 lid 1 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt veroordeling ondanks overschrijding redelijke termijn

De verdachte werd door het gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeeld, waarna hij in cassatie ging bij de Hoge Raad. Het cassatieberoep richtte zich onder meer op de motivering van het bewezenverklaarde en de overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro.

De Hoge Raad oordeelde dat het cassatiemiddel betreffende de motivering niet tot cassatie leidt. Wel werd vastgesteld dat de redelijke termijn was overschreden omdat de stukken te laat door het hof waren ingezonden en de uitspraak van de Hoge Raad meer dan twee jaar na het instellen van het cassatieberoep plaatsvond.

Gezien de opgelegde geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken en een geldboete van € 750 achtte de Hoge Raad het niet nodig om aan de overschrijding van de redelijke termijn een ander rechtsgevolg te verbinden. Het beroep werd derhalve verworpen.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen ondanks overschrijding van de redelijke termijn vanwege lichte straf.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/01948
Datum7 oktober 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 16 mei 2023, nummer 20-001397-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1995,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat J. Kuijper bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt over (de motivering van) het bewezenverklaarde.
2.2
Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 2.

3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel

3.1
Het cassatiemiddel klaagt dat in de cassatiefase de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van Pro het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EVRM) is overschreden omdat de stukken te laat door het hof zijn ingezonden.
3.2
Het cassatiemiddel is gegrond. Bovendien doet de Hoge Raad uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Een en ander brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro is overschreden. In het licht van de opgelegde geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken en de geldboete van € 750 volstaat de Hoge Raad met het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden, en is er geen aanleiding om aan dat oordeel enig ander rechtsgevolg te verbinden.

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
7 oktober 2025.