Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
7 oktober 2025.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van de betrokkene tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden over een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel in verband met hennepteelt. De betrokkene stelde onder meer vragen over de motivering van de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel en de grondslag daarvan.
De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad heeft de klachten van de betrokkene beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van het hof nader te toetsen, mede vanwege artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
Daarnaast constateerde de Hoge Raad dat de redelijke termijn voor de behandeling van het cassatieberoep was overschreden, conform artikel 6 lid 1 EVRM Pro. Dit leidde echter niet tot een ander rechtsgevolg in deze zaak. In een samenhangende strafzaak wordt nog beoordeeld of compensatie voor termijnoverschrijding moet plaatsvinden.
De Hoge Raad heeft uiteindelijk het cassatieberoep verworpen en het hofarrest in stand gelaten.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de ontnemingsvordering blijft in stand.