ECLI:NL:HR:2025:1459

Hoge Raad

Datum uitspraak
3 oktober 2025
Publicatiedatum
2 oktober 2025
Zaaknummer
24/03698
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:17 lid 2 BWArt. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep inzake conformiteit platformliften met beperkte snelheid

In deze zaak hebben meerdere eisers cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch betreffende de conformiteit van platformliften met beperkte snelheid, in het kader van koop- en aannemingsovereenkomsten. De feiten en eerdere vonnissen zijn neergelegd in eerdere uitspraken van de rechtbank Zeeland-West-Brabant en het gerechtshof.

De Hoge Raad heeft de klachten van de eisers over het arrest van het hof beoordeeld. De klachten konden niet leiden tot vernietiging van het arrest. De Hoge Raad heeft daarbij geen motivering gegeven omdat de klachten niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

De Hoge Raad heeft het beroep verworpen en de eisers veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie, begroot op €8.206 aan verschotten en €2.200 aan salaris. Het arrest is gewezen door de vicepresident Polak als voorzitter en de raadsheren Makkink en Teuben, en in het openbaar uitgesproken door raadsheer ter Heide.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en eisers worden veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer24/03698
Datum3 oktober 2025
ARREST
In de zaak van
1. [eiser 1] ,
wonende te [woonplaats] ,
2. [eiseres 2] ,
wonende te [woonplaats] ,
3. [eiser 3] ,
wonende te [woonplaats] ,
4. [eiseres 4] ,
wonende te [woonplaats] ,
5. [eiser 5] ,
wonende te [woonplaats] ,
6. [eiseres 6] ,
wonende te [woonplaats] ,
7. [eiser 7] ,
wonende te [woonplaats] ,
8. [eiseres 8] ,
wonende te [woonplaats] ,
EISERS tot cassatie,
hierna: [eisers] ,
advocaten: M.J. van Basten Batenburg en M. van Tiel,
tegen
1. [verweerster 1] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
2. [verweerster 2] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERSTERS in cassatie,
hierna: [verweersters],
advocaat: J.P. van den Berg.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/02/396895/ HA ZA 22-203 van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 29 juni 2022 en 8 februari 2023;
b. het arrest in de zaak 200.327.415/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 9 juli 2024.
[eisers] hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
[verweersters] hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor [verweersters] toegelicht door haar advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.F. Assink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaten van [eisers] hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweersters] begroot op € 8.206,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren G.C. Makkink en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op
3 oktober 2025.