Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2025:1463

Hoge Raad

Datum uitspraak
3 oktober 2025
Publicatiedatum
2 oktober 2025
Zaaknummer
24/03875
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 149 lid 1 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep in aansprakelijkheidszaak letselschade skipiste

In deze civiele zaak stond de aansprakelijkheid voor letselschade als gevolg van een botsing op een skipiste centraal. Eiser stelde dat verweerster onrechtmatig had gehandeld door de FIS-regels te schenden, wat leidde tot zijn letsel. De rechtbank Noord-Nederland en het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden behandelden de zaak eerder en oordeelden in het nadeel van eiser.

Eiser stelde in cassatie diverse klachten over de motivering van het hof en de toepassing van de aansprakelijkheidsmaatstaf in situaties van sport en spel. Daarnaast werd aangevoerd dat het hof de grenzen van de rechtsstrijd en artikel 149 lid 1 Rv Pro zou hebben miskend. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen.

De Hoge Raad heeft de klachten beoordeeld maar vond dat deze niet tot vernietiging van het arrest konden leiden. Omdat de klachten niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, hoefde de Hoge Raad niet inhoudelijk te motiveren. Het beroep werd verworpen en eiser werd veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en eiser wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer24/03875
Datum3 oktober 2025
ARREST
In de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: [eiser],
advocaat: J. de Jong van Lier,
tegen
[verweerster],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: [verweerster],
advocaten: W.A. Jacobs en J.C. Zevenberg.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/17/188119 / HA ZA 23-40 van de rechtbank Noord-Nederland van 24 mei 2023 en 2 augustus 2023;
b. de arresten in de zaak 200.333.046/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 19 december 2023 en 30 juli 2024.
[eiser] heeft tegen het arrest van het hof van 30 juli 2024 beroep in cassatie ingesteld.
[verweerster] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F. Ibili strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 873,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiser] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren H.M. Wattendorff en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op
3 oktober 2025.