Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
7 oktober 2025.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden inzake mishandeling met zwaar lichamelijk letsel. De verdachte werd ervan verdacht het slachtoffer op 19 juli 2017 te hebben mishandeld, waarbij zij onder meer een trommelvliesperforatie en blijvend gehoorverlies opliep.
Het hof stelde vast dat het slachtoffer door de bewezenverklaarde geweldshandelingen blijvend gehoorverlies had opgelopen, zonder dat er aanwijzingen waren voor eerder gehoorverlies. Het hof kwalificeerde dit als zwaar lichamelijk letsel in de zin van artikel 300 lid 2 Sr Pro. De verdachte voerde in cassatie aan dat dit oordeel onjuist was, onder meer omdat het gehoorverlies volgens hem al bestond vóór de mishandeling.
De Hoge Raad herhaalde de relevante criteria voor zwaar lichamelijk letsel, waaronder de aard van het letsel, het medisch ingrijpen en het uitzicht op herstel. Het oordeel van het hof dat sprake is van zwaar lichamelijk letsel is niet onbegrijpelijk en berust op voldoende bewijs, waaronder medische verklaringen en getuigenverklaringen. Het cassatieberoep faalt en wordt verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat het blijvend gehoorverlies van het slachtoffer als zwaar lichamelijk letsel geldt en verwerpt het cassatieberoep.