Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2025:1502

Hoge Raad

Datum uitspraak
14 oktober 2025
Publicatiedatum
7 oktober 2025
Zaaknummer
24/01039
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 310 SrArt. 311.1.5 SrArt. 361a SvArt. 6:6:1 SvArt. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep inzake tenuitvoerlegging voorwaardelijke ISD-maatregel bij meervoudige diefstal

De zaak betreft een cassatieberoep van een verdachte tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch inzake de tenuitvoerlegging van een eerder voorwaardelijk opgelegde ISD-maatregel in een strafzaak over meervoudige diefstal en diefstal met valse sleutels.

De Hoge Raad oordeelt dat het cassatieberoep ontvankelijk is, ondanks het ontbreken van een expliciete verwijzing in artikel 361a Sv naar beslissingen op vorderingen als bedoeld in artikel 6:6:1 Sv Pro. De verdediging voerde aan dat de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel moest worden afgewezen omdat behandeling in een forensisch psychiatrische kliniek de voorkeur verdiende.

De Hoge Raad beoordeelde de klachten over het hofarrest maar vond geen aanleiding tot vernietiging. Er werd geen nadere motivering gegeven omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Het beroep werd derhalve verworpen.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke ISD-maatregel wordt bevestigd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer24/01039
Datum14 oktober 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 8 maart 2024, nummer 20-000942-23, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat H.M.W. Daamen bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

Het cassatieberoep is ontvankelijk. Daaraan staat - om de redenen die in de conclusie van de advocaat-generaal onder 2 zijn vermeld - niet in de weg dat in (de nu geldende tekst van) artikel 361a van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) een verwijzing ontbreekt naar de beslissing die wordt genomen op een vordering als bedoeld in artikel 6:6:1 Sv Pro.

3.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadshgeren C. Caminada en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
14 oktober 2025.