Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
14 oktober 2025.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze strafzaak betrof het cassatieberoep een verdachte die werd verdacht van seksueel misbruik van twee minderjarige kinderen die aan zijn zorg waren toevertrouwd. Het cassatieberoep werd ingesteld door de raadsman van de verdachte, maar de schriftuur werd uitsluitend per post ingediend, niet via het verplichte digitale webportaal.
De advocaat-generaal concludeerde tot niet-ontvankelijkverklaring omdat de schriftuur niet voldeed aan de vereisten van artikel 432a Sv en het Procesreglement Hoge Raad. De raadsman kreeg de mogelijkheid om het verzuim te herstellen, maar maakte hiervan geen gebruik.
De Hoge Raad oordeelde dat het beroep daardoor niet op de juiste wijze was ingediend en verklaarde het cassatieberoep niet-ontvankelijk. Dit arrest werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren tijdens een openbare terechtzitting.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-digitaal indienen van de schriftuur.