ECLI:NL:HR:2025:1506

Hoge Raad

Datum uitspraak
4 november 2025
Publicatiedatum
7 oktober 2025
Zaaknummer
24/04784
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a RO
Verwijzingen
1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart cassatieberoep niet-ontvankelijk in zaak poging doodslag Meppel 2010

In deze zaak werd de verdachte door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld voor poging tot doodslag gepleegd in 2010 in Meppel. Het hof legde een gevangenisstraf van negen jaar en zes maanden op.

De verdachte stelde cassatieberoep in tegen dit arrest. De advocaten van verdachte dienden een schriftuur in ter onderbouwing van het beroep. De procureur-generaal bij de Hoge Raad bracht een advies uit over de ontvankelijkheid en inhoud van het beroep.

De Hoge Raad oordeelde dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen en maakte gebruik van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren. Hiermee blijft het arrest van het gerechtshof ongewijzigd en wordt de opgelegde straf bevestigd.

Het arrest werd gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter en de raadsheren T.B. Trotman en R. Kuiper, en uitgesproken op 4 november 2025.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard, bevestigend de gevangenisstraf van negen jaar en zes maanden.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer24/04784
Datum4 november 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 12 december 2024, nummer 21-003481-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976,
hierna: de verdachte.

1.De uitspraak van het hof

Het hof heeft de verdachte voor doodslag onder meer veroordeeld tot een gevangenisstraf van (de Hoge Raad leest:) negen jaren en zes maanden.

2.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo een schriftuur ingediend.

3.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De procureurgeneraal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen. De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren T.B. Trotman en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
4 november 2025.