Uitspraak
1.De uitspraak van het hof
2.Procesverloop in cassatie
3.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
4.Beslissing
4 november 2025.
Hoge Raad
In deze zaak werd de verdachte door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld voor poging tot doodslag gepleegd in 2010 in Meppel. Het hof legde een gevangenisstraf van negen jaar en zes maanden op.
De verdachte stelde cassatieberoep in tegen dit arrest. De advocaten van verdachte dienden een schriftuur in ter onderbouwing van het beroep. De procureur-generaal bij de Hoge Raad bracht een advies uit over de ontvankelijkheid en inhoud van het beroep.
De Hoge Raad oordeelde dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen en maakte gebruik van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren. Hiermee blijft het arrest van het gerechtshof ongewijzigd en wordt de opgelegde straf bevestigd.
Het arrest werd gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter en de raadsheren T.B. Trotman en R. Kuiper, en uitgesproken op 4 november 2025.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard, bevestigend de gevangenisstraf van negen jaar en zes maanden.