Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
14 oktober 2025.
Hoge Raad
De Hoge Raad heeft op 14 oktober 2025 uitspraak gedaan in het cassatieberoep van een verdachte die werd veroordeeld voor medeplegen van de uitvoer en het vervoer van amfetamine naar Zweden. Het hof Arnhem-Leeuwarden had de verdachte een gevangenisstraf van acht jaren opgelegd.
De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het arrest van het hof, maar uitsluitend met betrekking tot de duur van de straf. De Hoge Raad heeft de klachten over de inhoud van het arrest beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest, zodat het beroep voor het overige wordt verworpen.
De Hoge Raad heeft ambtshalve beoordeeld dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro is overschreden, omdat meer dan zestien maanden zijn verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep. Dit leidt tot vermindering van de gevangenisstraf van acht jaren naar zeven jaren en zes maanden.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof uitsluitend voor wat betreft de duur van de straf en vermindert deze, terwijl het beroep voor het overige wordt verworpen.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd van acht jaren naar zeven jaren en zes maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.