ECLI:NL:HR:2025:151

Hoge Raad

Datum uitspraak
31 januari 2025
Publicatiedatum
29 januari 2025
Zaaknummer
24/02755
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing verzet tegen weigering kwijtschelding gemeentelijke belastingen 2022

Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag waarin het verzet tegen de weigering van kwijtschelding van gemeentelijke belastingen over 2022 werd afgewezen.

Het College van Burgemeester en Wethouders van Zoetermeer heeft verweer gevoerd en belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend. De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het bestreden vonnis.

De Hoge Raad achtte het niet nodig om de klachten nader te motiveren, omdat deze geen vragen van belang voor de eenheid of ontwikkeling van het recht bevatten, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.

Proceskosten werden niet toegewezen. Het beroep in cassatie is ongegrond verklaard en het arrest is op 31 januari 2025 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank bevestigd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer24/02755
Datum31 januari 2025
ARREST
in de zaak van
[X] (hierna: belanghebbende)
tegen
het COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE ZOETERMEER
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag van 2 april 2024, nr. SGR 23/4487 V, op het verzet van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank van 20 oktober 2023 betreffende een verzoek om kwijtschelding van aanslagen gemeentelijke belastingen voor het jaar 2022.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank op het verzet beroep in cassatie ingesteld.
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zoetermeer, vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

2.Beoordeling van de klachten

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de Rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer M.W.C. Feteris als voorzitter, en de raadsheren A.E.H. van der Voort Maarschalk en W.A.P. van Roij, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 31 januari 2025.