Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2025:1514

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 oktober 2025
Publicatiedatum
8 oktober 2025
Zaaknummer
25/03448
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:15 AwbArt. 8:16 AwbArt. 8:18 AwbArt. 2.3.2 Protocol Hoge Raad
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad stelt wrakingsverzoek buiten behandeling wegens gebrek aan motivering

Verzoeker heeft in het kader van een cassatieprocedure een wrakingsverzoek ingediend bij de Hoge Raad. Dit verzoek was gericht op het uitstellen van de uitspraak en het aanvechten van de onpartijdigheid van de rechters. De Hoge Raad heeft beoordeeld dat het wrakingsverzoek niet voldeed aan de wettelijke motiveringseis zoals gesteld in artikel 8:16 lid 2 Awb Pro. Het verzoek bevatte geen concrete feiten of omstandigheden waaruit kan worden afgeleid dat de onpartijdigheid van de rechters zou kunnen worden geschaad.

Daarnaast is overwogen dat het verzoek niet specifiek gericht was tegen bepaalde leden van de Hoge Raad en dat het verzoek daardoor niet als een geldig wrakingsverzoek kan worden aangemerkt. De wrakingskamer heeft op grond van artikel 2.3.2 van het Protocol deelname aan behandeling en beraadslaging van de Hoge Raad besloten het verzoek zonder zitting buiten behandeling te laten.

De beslissing is genomen in overeenstemming met de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, waarin wordt aangegeven dat een wrakingsverzoek alleen in behandeling hoeft te worden genomen als het niet manifest ongegrond is. Het verzoek van verzoeker voldeed hier niet aan, waardoor het verzoek is afgewezen zonder inhoudelijke behandeling.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek is buiten behandeling gesteld wegens het ontbreken van een deugdelijke motivering.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
VIERDE KAMER
Nummer25/03448
Datum10 oktober 2025
BESLISSING
in de zaak van
[verzoeker] te [woonplaats] (hierna: verzoeker)
betreffende het door verzoeker ingediende verzoek tot wraking.

1.De procedure

1.1
Verzoeker heeft beroep in cassatie ingesteld in de zaak die bij belastingkamer van de Hoge Raad is ingeschreven onder nummer 25/01069. Bij bericht van 18 september 2025 is aan verzoeker meegedeeld dat op 26 september 2025 in de hiervoor genoemde zaak uitspraak zal worden gedaan.
1.2
Bij bericht van 18 september 2025 heeft verzoeker een verzoek tot wraking ingediend. Het verzoek is bij de Hoge Raad ingeschreven onder nummer 25/03448.

2.Beoordeling van het verzoek

2.1
Ingevolge artikel 8:16 lid 2 Awb Pro moet een wrakingsverzoek worden gemotiveerd. Dit houdt in dat het verzoek de feiten of omstandigheden dient te vermelden waardoor volgens de verzoeker de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Een verzoek voldoet niet aan de motiveringseis als iedere motivering ontbreekt. Daarvan is slechts sprake als ondubbelzinnig kan worden vastgesteld dat in het verzoek geen enkel feit en geen enkele omstandigheid is vermeld waaruit kan volgen dat de rechterlijke onpartijdigheid van de desbetreffende rechter schade kan lijden of dat daarvoor een objectief gerechtvaardigde vrees bestaat. [1] Een dergelijk verzoek kan niet worden aangemerkt als een wrakingsverzoek in de zin van artikel 8:15 Awb Pro en kan misbruik van procesrecht opleveren. [2]
2.2
In aansluiting hierop bepaalt artikel 2.3.2, aanhef en onder a, Protocol deelname aan behandeling en beraadslaging van de Hoge Raad der Nederlanden dat de wrakingskamer zonder daartoe een zitting te houden, kan beslissen een verzoek om wraking niet in behandeling te nemen indien het verzoek niet is gemotiveerd. Artikel 8:18 lid 1 Awb Pro staat daaraan niet in de weg. Dat voorschrift is immers alleen van toepassing indien sprake is van een verzoek dat kan worden aangemerkt als een wrakingsverzoek in de zin van artikel 8:15 Awb Pro. Die uitleg sluit ook aan bij de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, inhoudende dat de hoofdregel dat de behandeling van een wrakingsverzoek niet achterwege mag worden gelaten, alleen geldt bij een verzoek dat “does not immediately appear to be manifestly devoid of merit”. [3]
2.3
Bij bericht van 18 september 2025 is door verzoeker het volgende aangevoerd:
“Vraagt uitstel voor Uitspraak Hoge Raad
Schenden Verzoek Pre judiciele vraagstelling vrijstelling inkomsten belasting
Slachtoffers van letselschade terug werkende kracht 23 april 2001.
Dient overig bericht in: Eiser Cassatie [verzoeker] dient Wraking verzoek in .
Grondslag Wraking Weigeren ARREST Hoge Raad Der Nederlanden ECLI:NL:HR:2022:444.
als Pre -Judiciele vraag te beantwoorden.”
2.4
Het bericht specificeert niet tegen welke leden van de Hoge Raad het verzoek zich richt en bevat geen feiten of omstandigheden die kunnen meebrengen dat de rechterlijke onpartijdigheid bij de behandeling van het beroep in cassatie schade zou kunnen lijden. Het onderhavige verzoek voldoet daarmee niet aan de eis dat het verzoek tot wraking moet worden gemotiveerd en kan dus niet worden aangemerkt als wrakingsverzoek in de zin van artikel 8:15 Awb Pro. Om die reden zal de wrakingskamer het verzoek buiten behandeling laten.

3.Beslissing

De Hoge Raad stelt het verzoek tot wraking buiten behandeling.
Deze beslissing is gegeven door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek en F.J.P. Lock, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier J.W.E. Schaap, en in het openbaar uitgesproken op
10 oktober 2025.

Voetnoten

1.HR 5 april 2024, ECLI:NL:HR:2024:526, rov. 2.1.
2.Vgl. HR 9 december 2022, ECLI:NL:HR:2022:1847, rov. 2.2.
3.HR 5 april 2024, ECLI:NL:HR:2024:526, rov. 2.2.