Uitspraak
1.Procesverloop
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel in het principale beroep
4.Beoordeling van het middel in het incidentele beroep
5.Beslissing
10 oktober 2025.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze cassatieprocedure staat centraal of een curator een eigen verplichting kan hebben op grond van de maatschappelijke zorgvuldigheidsnorm uit art. 6:162 BW Pro om verontreinigde zaken te verwijderen die door natrekking buiten de faillissementsboedel zijn geraakt.
De zaak betreft Middelkoop Beheer B.V. en [A] B.V., waarbij laatstgenoemde failliet werd verklaard. [A] had op het terrein van Middelkoop Beheer circa 110 containers met inhoud geplaatst die na natrekking eigendom van Middelkoop Beheer waren geworden. De curator heeft het terrein ontruimd, maar de containers niet verwijderd vanwege de hoge kosten. Middelkoop Beheer liet de containers saneren en vorderde vergoeding van de curator.
De rechtbank wees de vordering toe en kwalificeerde deze als boedelvordering, maar het hof voegde een voorwaardelijke terugbetalingsverplichting toe voor het geval de boedel niet toereikend zou zijn. De Hoge Raad oordeelt dat de curator op grond van art. 6:162 BW Pro een eigen verplichting kan hebben tot verwijdering, ook als de zaken buiten de boedel zijn geraakt door natrekking. De voorwaardelijke terugbetalingsverplichting van het hof wordt echter vernietigd omdat het hof buiten de rechtsstrijd trad.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van de curator, vernietigt het incidentele beroep, en bevestigt dat de curator gehouden is tot betaling van de saneringskosten zonder voorwaardelijke terugbetalingsverplichting.
Uitkomst: De curator is gehouden tot betaling van de saneringskosten zonder voorwaardelijke terugbetalingsverplichting.