Uitspraak
1.Procesverloop
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
10 oktober 2025.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van de curator in het faillissement van [verzoeker] tegen het oordeel van het hof dat geen sprake was van een beroepsfout door de advocaten die [verzoeker] bijstonden in een incassoprocedure en faillissementsprocedure.
De kern van het geschil is of de advocaat [verweerder] [verzoeker] had moeten wijzen op de mogelijkheid dat diens echtgenote de promissory note kon vernietigen wegens het ontbreken van haar toestemming, zoals bepaald in art. 1:88 lid 1 onder Pro c en art. 1:89 BWSM Pro. Het hof oordeelde dat dit niet nodig was omdat de vordering tot vernietiging alleen door de echtgenote kon worden ingesteld en deze niet bij de bespreking aanwezig was. Ook was het volgens het hof een verdedigbare strategie om de zaak te regelen.
De Hoge Raad stelt dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het niet heeft betrokken wat de kans van slagen van een beroep door de echtgenote zou zijn geweest en of [verweerder] [verzoeker] voldoende heeft geïnformeerd om een weloverwogen beslissing te nemen. Daarom vernietigt de Hoge Raad het vonnis voor zover het de advocaten [verweerders 1 t/m 4] betreft en wijst de zaak terug voor verdere behandeling. Het beroep tegen de andere advocaten wordt verworpen.
De Hoge Raad bevestigt dat een advocaat de zorgvuldigheid moet betrachten die van een redelijk bekwaam en handelend vakgenoot mag worden verwacht en dat hij zijn cliënt niet onnodig mag blootstellen aan voorzienbare en vermijdbare risico’s. De zaak benadrukt het belang van adequate cliëntvoorlichting over mogelijke verweren, ook als die door derden kunnen worden ingesteld.
Uitkomst: Het arrest vernietigt het hofvonnis voor zover het de advocaten [verweerders 1 t/m 4] betreft en wijst de zaak terug voor verdere behandeling.