Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
14 oktober 2025.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze strafzaak stond de verdachte terecht voor poging tot verkrachting. De rechtbank sprak de verdachte in eerste aanleg vrij, maar het gerechtshof Amsterdam oordeelde anders en veroordeelde hem. De verdachte stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het hof, met name gericht op de motivering van het bewezenverklaarde en het gebruik van verklaringen van de aangeefster.
Het cassatiemiddel klaagde dat het hof zich in zijn bewijsoverwegingen had gebaseerd op gegevens die niet als wettig bewijsmiddel waren gebruikt en dat het hof onvoldoende nauwkeurig had aangegeven waarop het zijn oordeel had gebaseerd. De Hoge Raad verwijst naar de conclusie van de advocaat-generaal en stelt vast dat het hof de verklaringen van de aangeefster, die gepaard gingen met zichtbare emoties, als steunbewijs heeft aangemerkt ter onderbouwing van de betrouwbaarheid van haar verklaringen.
Het hof heeft het door de verdediging gevoerde betrouwbaarheidsverweer op begrijpelijke en toereikende wijze verworpen. De Hoge Raad ziet geen reden om het oordeel van het hof te verstoren en verwerpt het cassatieberoep. Hiermee blijft de veroordeling van de verdachte voor poging tot verkrachting in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling voor poging tot verkrachting.