ECLI:NL:HR:2025:1576
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De griffier van de Hoge Raad wees belanghebbende bij aangetekende brief op de verplichting tot betaling van het griffierecht en stelde een termijn van vier weken voor betaling. Deze brief werd volgens Track&Trace afgehaald, maar het griffierecht werd niet voldaan.
Vervolgens ontving belanghebbende een tweede aangetekende brief waarin hij werd verzocht aan te geven waarom het griffierecht niet was betaald. Ook deze brief werd afgehaald, maar belanghebbende maakte geen gebruik van deze gelegenheid. Op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb werd het beroep in cassatie daarom niet-ontvankelijk verklaard.
De Hoge Raad zag geen aanleiding om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten. Het arrest werd uitgesproken door de raadsheren Boerlage, van der Voort Maarschalk en van Roij op 17 oktober 2025.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.