ECLI:NL:HR:2025:1584
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake inkomstenbelasting 2019
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 27 augustus 2024, waarin het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland inzake de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2019 werd behandeld.
De Hoge Raad heeft de ingebrachte klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van het Hof. Daarbij is geen motivering gegeven omdat beantwoording van de klachten niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Het arrest is op 17 oktober 2025 in het openbaar uitgesproken door de raadsheren Boerlage, van der Voort Maarschalk en van Roij.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam bevestigd.