ECLI:NL:HR:2025:1601
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake belastingaanslagen 2015-2017
Belanghebbende heeft in cassatie beroep ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 6 februari 2024, waarin het hoger beroep tegen de uitspraak van de Rechtbank Gelderland werd behandeld. De zaak betrof de aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen voor de jaren 2015 tot en met 2017, inclusief de daarbij gegeven beschikkingen inzake belastingrente.
De Hoge Raad heeft de ingediende klachten van belanghebbende beoordeeld, maar geoordeeld dat deze niet tot vernietiging van het hofarrest kunnen leiden. Daarbij heeft de Hoge Raad geen motivering gegeven, omdat beantwoording van de klachten niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
Ten aanzien van de proceskosten heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om belanghebbende te veroordelen. Het arrest is op 24 oktober 2025 in het openbaar gewezen door de raadsheren Faase, Cools en Peters.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het hofarrest blijft in stand.