ECLI:NL:HR:2025:1602
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake inkomstenbelastingaanslag 2016
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 6 februari 2024, waarin het hof het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland inzake de aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over 2016 heeft behandeld.
De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van zijn oordeel te geven, omdat de klachten geen vragen opriepen die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, Wet op de rechterlijke organisatie.
Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten aan belanghebbende toe te kennen. Het beroep in cassatie is derhalve ongegrond verklaard en het arrest van het hof blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende wordt ongegrond verklaard.