ECLI:NL:HR:2025:1621

Hoge Raad

Datum uitspraak
4 november 2025
Publicatiedatum
28 oktober 2025
Zaaknummer
24/02184
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 279 lid 2 SrArt. 282 lid 1 SrArt. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
5 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt medeplegen kinderontvoering en onttrekking minderjarige aan wettig gezag

In deze strafzaak stond verdachte terecht voor medeplegen van wederrechtelijke vrijheidsberoving en onttrekking van een minderjarige aan het wettig gezag. Het hof Amsterdam had vastgesteld dat verdachte in 2016 in Amsterdam een 2-jarig meisje met geweld bij haar moeder had weggenomen en naar India had gebracht.

Verdachte stelde in cassatie onder meer dat het hof ten onrechte een strafverzwarende omstandigheid had bewezen verklaard die niet was toegelicht en voerde bewijsklachten aan over zijn aanwezigheid bij meerdere bijeenkomsten en het opzet. De Hoge Raad oordeelde dat deze klachten niet konden leiden tot vernietiging van het arrest van het hof en dat het niet nodig was om de vragen te beantwoorden die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

De Hoge Raad verwierp het beroep van verdachte en bevestigde daarmee de bewezenverklaring en de strafrechtelijke kwalificatie van medeplegen van kinderontvoering en onttrekking van minderjarige aan het wettig gezag. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president Borgers en raadsheren Van Strien en Trotman op 4 november 2025.

Uitkomst: Hoge Raad verwerpt cassatieberoep en bevestigt veroordeling voor medeplegen kinderontvoering en onttrekking minderjarige aan wettig gezag.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer24/02184
Datum4 november 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 13 mei 2024, nummer 23-002803-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1962,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat P. van Dongen bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
4 november 2025.